Tel Aviv

Tel Aviv stond al lang op mijn verlanglijstje, letterlijk iedereen die er al heen reisde keerde enthousiast terug. Ook wij keerden serieus opgewonden huiswaarts maar het was - eerlijk is eerlijk - geen liefde op het eerste zicht. Het is een stad die stilaan je hart verovert en onder je vel kruipt. Het is een rauwe stad zonder vernislaagje, aan schone schijn hebben ze hier een broertje dood. Mensen zijn apart en eigenzinnig gekleed, gebouwen liggen er vaak aftands bij en het lekkerste eten vind je soms in de ruigste tenten. Maar het is de stad waar ik absoluut het lekkerst at, op elk moment van de dag.

blog9.jpg

FLORENTIN

We starten onze culinaire queeste in Florentin, een wijk in opkomst waar nu nog artiesten en kunstenaars de plak zwaaien. Dat uit zich in een buurt zonder opsmuk en met een ruige graffitilook. Na ingecheckt te hebben in Florentin House, zetten we ons aan de overkant van de straat neer voor een eerste bord humus in een groezelig eettentje. Een bord vol overheerlijke kikkererwtenbrij met een luchtig pitabroodje en een simpele sla. Humus is een heel ongecompliceerd gerecht en wordt hier op elk moment van de dag gegeten. Humus in Tel Aviv heeft niets van doen met de rulle smeersels die je bij ons in de supermarkt aantreft, hier is het goddelijk eten en je eet er liefst een bord vol van. Dat je de volgende uren niet meer aan eten hoeft te denken, is mooi meegenomen. Bij Herzl 16 kan je de ganse dag door terecht voor ontbijt, lunch, apero, diner en muziekoptredens. Een fijne plek met een geweldige binnentuin en een smakelijke kaart.

ROTHSCHILD BOULEVARD

Van het kunstzinnige maar ietwat slonzige Florentin wandel je zo naar de meest fotogenieke én sjieke straat van heel TLV, Rothschild Boulevard. Een drukke verkeersas maar in het midden is een brede, groene strook aangelegd waar een groot deel van het dagelijkse leven van de Tel Avivians zich afspeelt. Of toch van zij die zien en gezien willen worden. Eén en al geflaneer, snelle fietsers (houdt altijd uiterst rechts aan!), rollerbladers, ijsjes-eters, bomma’s en bompa’s op bankjes en speeltuinen. De hoge bomen zorgen voor een aangename verkoeling in een stad die wel eens durft oververhitten. Wat trouwens echt opvalt? Heel veel mannen met honden! Een wist-je-datje is hier op zijn plaats: TLV telt het meeste honden per inwoner ter wereld! Meer dan 36.000 exemplaren kan je hier tegenkomen, dat is één hond per twaalf inwoners! Meestal betreft het serieus uit de kluiten gewassen exemplaren met aan de andere kant van de leiband een mooie man. Serieus, let er maar eens op als je in de witte stad rondwandelt.

EYAL SHANI

Tel Avivs bekendste chef heeft meerdere restaurants in de stad, maar wij schuiven eerst aan in Miznon, Ivriet voor snackbar, op King George street. Lang voor Jeroen Meus de hotdog naar een hoger niveau tilde of Sergio Herman de friet opwaardeerde, herstelde Eyal de ordinaire pita in ere. We passeren de smoezelige zaak drie keer vooraleer we binnenstappen en ons ervan verzekeren dat we juist zitten. De zaak zit afgeladen vol en we nestelen ons aan de toog, naast een punker met gigantische hanenkam en een dakloze die zijn dagelijkse portie pitaresten komt afhalen. Meisjes achter de toog roepen dat iemands pita gereed is en nemen alweer de volgende take away-bestelling op.

blog16.jpg

We vragen aan de sympathieke uitbater wat we hier best eten en laten ons verrassen. In de keuken liggen tientallen bloemkolen te wachten op een donker korstje, hét handelsmerk van Eyals keuken. In elk van zijn restaurants staat dit simpele gerecht op de kaart, hij zet een alledaagse bloemkool op een voetstuk. Maar eerst krijgen we een fluffy pitabroodje gevuld met smakelijk slow cooked beef en zijdezachte tahin. Daarbij een dubbelgevouwen bakvel met ertussen geprakte aardappel met zure room en kruiden. Geniaal in zijn eenvoud, simpel opgediend met twee houten lepeltjes erbij. Vervolgens komt de bloemkool in zicht, bruutweg gepresenteerd in een prop bakpapier met twee vorken in de bovenkant gespiest. Een bordje tahin erbij en jawel, een eerste culinair orgasme wordt bereikt. Woorden als hemels, ongelooflijk en wauw worden in het rond gesmeten.

blog4.jpg

We eten bewust niet te veel, want we willen nog een vlaggenschip van Eyal bezoeken, Romano genaamd. In de lelijkste winkelstraat van TLV, Jaffa Street, worden we door de taxi afgezet bij wat Romano zou moeten zijn. Een treurige inkomhal van een appartementsgebouw en een meisje in jaren ‘80 outfit op een stoel, dat zien we, maar geen restaurant te bespeuren. Er dralen nog wat mensen rond die niet meteen weten waar naartoe, maar het meisje is niet geneigd om te helpen. Ten slotte vinden we een onfrisse deur die je doet vermoeden dat er nog meer onfraais achter te vinden is. We openen ze toch en treffen een gigantisch binnenplein aan tussen zielloze flats, maar worden aangetrokken door de beats en de fijne sfeerverlichting. Beneden op het plein zit een van de beste pizzeria’s van de stad.

blog15.jpg

Het is maandagavond en Romano zit afgeladen vol, we vinden wederom een plekje aan de toog. Aan borden doen ze hier niet, de carpaccio van rode biet wordt op een kartonnetje je richting uitgeschoven, de uitstekende wijnen worden gelukkig wel in een fijn glas geserveerd. Wat die carpaccio betreft: begeerlijke kost zonder poeha. De tartaar van zeebaars is een waardige opvolger, voor een dessert is er helaas geen ruimte meer, want de broeksriem heeft haar limiet bereikt. De gaanderij met zicht op het binnenplein zit ook tjokvol en is ideaal om tussen de gangen door een luchtje te gaan scheppen. Er wordt nog deftig gerookt in TLV, geregeld komt een zweem van een kruidiger exemplaar voorbij. In deze bohemien sferen doet niemand daar moeilijk over. De mooie meisjes van het onthaal zijn vlotte babbelaars en delen met plezier hun favoriete adressen. Al kunnen we na één dag al wel concluderen dat alle Tel Avivians van de vriendelijke soort zijn, een open volkje dat bruist van levenslust.

JAFFA, OLD PORT

De geboorteplek van Tel Aviv is absoluut een bezoek waard en contrasteert mooi met het moderne Tel Aviv. De oude nederzetting barste al snel uit haar voegen en mensen trokken verder weg naar wat nu Tel Aviv is. Het vormt nog steeds een belangrijk deel van de stad en het geheel wordt tegenwoordig Tel Aviv-Yafo genoemd.

Jaffa is een ware melting pot van Joodse en Arabische invloeden en je brengt er makkelijk een hele dag door. Plus, je hebt er een geweldig zicht op de kustlijn van het moderne Tel Aviv. Een eerste smakelijke stop is Jaffa Milk, een piepklein bakkerijtje vol zoete heerlijkheden. We aten er een soort boterkoek met chocolade, koffietje dabei en we zijn klaar om dit oude stadsdeel te verkennen. Bekend is de Jaffa Flea Market maar die vonden we persoonlijk erg rommelig. Interessanter zijn de omliggende straten met toffe meubelzaken, galerietjes en kleine shops. Flaneer door de steegjes en hou halt zo vaak je wil, honger en dorst hoef je hier niet te lijden. Ramesses is een topadresje dat je ’s avonds moet bezoeken. Als alle marktkramers weg zijn, palmt het restaurant de straten in en eet je er voortreffelijk. De jonge chef staat bekend voor zijn ongecompliceerde aanpak, in dit gelige decor komt zijn keuken perfect tot zijn recht. Bij Dr. Shakshuka eet je, euhm, de beste shakshuka. Noord-Afrikaanse joden brachten het gerecht naar Israël en hier wordt het ondertussen vooral als ontbijt en lunch gegeten. Het restaurant groeide uit tot een waar fenomeen en daar zit de zwaarlijvige maar uiterst charmante eigenaar voor iets tussen.

Langs de mooie moskee lopen we de kustlijn af naar de haven en ook daar is het al eten wat de klok slaat. Vissers halen de laatste vissen uit hun netten en de zilte zeelucht wakkert beslist een klein hongertje aan. Bij Fish & Chips eet je de heerlijkste gefrituurde hap recht uit de zee, maar voor de lekkerste humus moet je hier bij de Arabische Abu Hassan zijn. Vraag ernaar in de buurt van de haven, het ligt wat verborgen in een woonwijk. Een onaantrekkelijke zaak qua interieur, maar de humus is van het hoogste niveau. Op wandelafstand tref je The Jaffa Hotel, een luxepaardje onder de hotels. In de wonderlijk mooi gerestaureerde kapel kan je terecht voor een hapje en een drankje. Van de eenvoud naar de luxe in een paar stappen, in Tel Aviv is het heel normaal.

chappel The jaffa hotel.jpg

LEVINSKY MARKET

Ben je een echte kookfanaat en wil je kruiden inslaan die je thuis niet vindt? Rep je dan naar Levinsky Market. Geen markt in de traditionele zin van het woord, Levinsky Street is gewoon een aaneenschakeling van open winkels boordevol smakelijke ingrediënten om thuis zelf aan de slag te gaan. De van oorsprong Iraanse emigranten brachten hun geuren en kleuren mee en de derde generatie zet die traditie succesvol voort. Fijn aan de buurt is dat je in de zijstraten de fijnste eetplekjes vindt. Zo sla je twee vliegen in één klap. Als fanatieke hobbykok ga ik op zoek naar de echte za’atar, een kruidenmengeling met wilde oregano. Thuis vind je goede namaak met gewone oregano, maar het echte spul moet geweldig zijn. Het onooglijke kruidenwinkeltje van Arie Habshush vinden lukt alleen met de hulp van een vriendelijke local die ons een zijstraat van Levinsky instuurt. We gaan op de geur af en stappen een waar kruidenwalhalla binnen. Geen fancy winkel, integendeel. Je staat tussen de zakken kruiden en als er nog wat volk binnenstapt wordt het winkeltje al snel heel krap. Grote chefs komen hier hun kruiden inslaan, buurtbewoners ook. We worden vriendelijk ontvangen en de za’atar wordt bovengehaald. Ik neem een fikse voorraad mee en koop meteen ook een grote pot tahin. Dit is een veelgebruikt ingrediënt in de Midden-Oosterse keuken en onmisbaar om goede humus te maken. In België zijn de goede merken alleen online te vinden. We krijgen een kruidige koffie aangeboden en nog wat andere smaakmakers gratis mee en blij als een kind verlaten we Arie en zijn kinderen.

Zij raden ons restaurant Ouzeria aan, om de hoek. Een gouden tip, zo zal snel blijken. Een fijne eetplek met een aantrekkelijke kaart en supervriendelijke bediening. Aubergine is een veelvoorkomende groente op de menukaarten, maar bijster enthousiast word ik er meestal niet van. Toch besluiten we ons aan een carpaccio te wagen. Op het bord verschijnt een flinterdun laagje aubergine met daarover tahinisaus, tomaten blokjes en een kruidige groene saus. Krakend vers brood erbij en we likken net ons bord niet af. Overheerlijk!

blog17.jpg

Een adres waar ik al veel over hoorde is Café Levinsky 41 van Benny Briga. Gazos is hier de grote ster. In de meeste zaken in TLV is gazos sodawater met een smaakje maar hij tilt het goedje naar een hoger niveau door zelf zijn ingrediënten te fermenteren. Zo staat hij tot ver buiten de stad bekend voor zijn puur natuur, biologische limonades. Je krijgt geen kaart met keuzes voorgeschoteld, maar ze bereiden voor elke klant een afzonderlijke mix. Er kruipt behoorlijk wat werk in en het is een waar schouwspel om te kijken wat er allemaal in je limonade gaat. Huisbereide siropen, bessen, fruit, kruiden en bloemen. Het ziet er niet alleen uit als een pareltje, zo smaakt het ook. Benny is een grappig figuur met een schalkse glimlach op zijn gezicht gebeiteld. De motorkap van zijn kleine camionnetje dat voor zijn kiosk staat, is volgepropt met kruiden en bloemen. In de achterbak staan twee bankjes waar je even rustig kan genieten van het unieke brouwsel. Only in Tel Aviv!

Voor een fijne cocktail in een kleurrijk decor moet je bij Dalida zijn, niet het restaurant maar het kleine zusje aan de overkant. De meeste zaken hebben enorm veel keuze voor de vegetariërs onder ons maar wil je echt helemaal vegan gaan, dan is nieuwkomer Opa een must. Strakke inrichting, fijne bediening en vegan eten waar je geen moment een stukje vis of vlees mist. Kleurrijk, smaakvol, verrassend! De twee Duitse zusjes weten van wanten en koken de sterren van de hemel.

blog34.jpg

SABICH

Dé streetfood van Tel Aviv is absoluut deze vegetarische hap. De zaak met de beste reviews is Sabich Tchernichovsky, een onooglijk zaakje met twee zwijgzame mannen achter de toog die pita na pita vullen met de heerlijkste dingen. Hier eet je maar één ding en de enige vraag die ze stellen is of alles erop mag. Antwoord gewoon volmondig ‘ja!’ en geniet van een amalgaam aan smaken dat je van je sokken blaast. Schijfjes gefrituurde aubergine worden meticuleus in je pita gedrapeerd, techina er bovenop, wat gemengde salade, een beetje schoeg (pikante groene saus), een streepje amba (pikante mangosaus), een hardgekookt ei en weer aubergine, techina, enzovoort. Het duurt zeker tien minuten vooraleer je sabich gereed is, maar van zodra je je tanden zet in deze overvolle pitabrok weet je dat dit een van de redenen zal zijn dat je ooit terugkeert naar TLV.

blog2.jpg

BUREK

Dé strafste eetervaring hadden we bij Burek, het best bewaarde geheim van TLV! De weg ernaartoe is een belevenis op zich. Je wandelt door de donkerste, onverharde steegjes vol graffiti en er is geen ziel te bespeuren om de weg te vragen. We draaien de hoek om, enkel op het einde van het nauwe straatje brandt één lamp.

blog11.jpg

Net als we denken dat we in een van de gevaarlijkste buurten zijn aanbeland, zien we een uithangbordje dat ons een zucht van verlichting doet slaken: Burek. Tv-chef Barak Yehezkeli (Burek is zijn koosnaam) opent de deuren van zijn zaak maar twee dagen per week en hij noemt het zelf geen restaurant. Er is geen menu, je arriveert om klokslag 19.30u, je eet rondom zijn open keuken en hij stimuleert je om geregeld in zijn potten te komen kijken. We worden verwelkomd door de liefste meisjes die ons een arakcocktail aanbieden en ontmoeten de charismatische chef. De zaak loopt snel vol: hier is maar plek voor zo’n 38 personen, die allemaal rond de open keuken zitten. De chef trekt de avond op gang met een korte speech en een toast, het lijkt nu al of we op bezoek zijn bij een oude vriend.

Wat volgt is een waar eetavontuur: de chef kookt waar hij die dag zin in heeft en, niet onbelangrijk, alle producten zijn Israëlisch. We krijgen een crème van amandelen, een pikante groentedip en het lekkerste brood ever voorgeschoteld. Wat een start. Al snel volgt een salade van groene kruiden, opgediend in een vel bakpapier. Sashimi van tonijn en ravioli met drie verschillende vullingen passeert en een botermals stukje rundsvlees sluit het vijfgangen menu af. Ondertussen zijn er uren gepasseerd en zijn we lichtjes beneveld van de gretig geschonken lokale witte wijn. De dj die de hele avond aangename jazz uit zijn boxen toverde, gaat over op iets fellere beats en draait de volumeknop open… het spektakelstuk van de avond komt eraan: het dessert. Het grote werkblad wordt voorzien van grote vellen bakpapier en chef Barak dresseert het dessert als één groot schilderij. Hij kliedert en smeert dat het een lieve lust is, een veeg chocolademousse hier, een lik saus daar. Grote stukken koek worden in stukken gebroken en over het tafereel verspreid, fruit wordt toegevoegd, mensen verdringen zich rond het schouwspel. We eten allemaal samen van deze wonderlijke creatie en niemand stoort zich aan het gemeenschappelijke aspect.

IA3A3978.jpg

In deze buitengewone stad ontbreekt een oude restauranttraditie, maar net daardoor koken de chefs taboeloos en zonder complexen de sterren van de hemel. In al zijn eenvoud, zonder poespas of liflafjes en recht voor de raap. Je proeft de smeltkroes van geuren en smaken uit Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten in elk gerecht en dat is van een ontroerende schoonheid. Geen liefde op het eerste gezicht, maar ze heeft mijn hart compleet veroverd en ik kan niet wachten om terug te keren.

INFO

Vanuit Brussel of Eindhoven vlieg je rechtstreeks naar Tel Aviv’s belangrijkste luchthaven Ben Gurion.

Om in het stadscentrum te geraken kan je de trein nemen (24/24u) maar de taxi is de snelste optie. Er is een officiële taxistand aan de luchthaven, zij garanderen vaste prijzen. Noteer het nummer van het taxibedrijf dat je in de stad afzet en contacteer hen voor de terugreis. je zal minder betalen dan een taxi die je hotel voor je regelt.

Je betaalt in Shekel: 1 Shekel = 0,25€

Alle opschriften zijn in het Hebreeuws, je moet er aan wennen dat je niet alles kan lezen. Wel spreekt (bijna) iedereen voortreffelijk Engels.

In de stad verplaats je je heel makkelijk te voet maar een populaire transportwijze is de Sheut, wat gedeelde taxi betekent. Dit zijn meestal gele minibusjes die een vaste route door de stad afleggen en een tiental personen kunnen vervoeren. Je stapt in en geeft via de andere passagiers je geld door, het wisselgeld belandt via dezelfde weg netjes terug bij jou! Sherut 5 rijdt bv door de Rothschild Boulevard. Belangrijk: bussen en treinen rijden niet op sabbat (vrijdagavond tot zaterdagavond)! De Sherut wel maar je betaalt meer.

Wat Sabbat betreft, in TLV merk je er minder van dan in bv Jeruzalem waar alles dan gesloten is. De meeste zaken zijn open, de stranden zijn drukker en vrijdagavond is in Levinsky Market een waar apero-walhalla. Aan te raden is om niet te arriveren of te vertrekken op een zaterdag.

info.goisrael.com

Rotterdam

De grootste havenstad van Europa heeft veel te bieden; moderne architectuur, fijne musea, een unieke geschiedenis en restaurants en koffiezaakjes bij de vleet. Iedere keer dat je de stad bezoekt, zijn er weer nieuwe zaken opengegaan, ze schieten als paddenstoelen uit de grond. Wij geven je graag onze favoriete adressen mee om uit te rusten tussen al dat wandelen en shoppen door.

blog16.jpg

Kop van Zuid en Katendrecht

Vroeger een buurt waar niemand wilde wonen maar dankzij een aantal visionaire architecten en bouwmeesters is dit stuk Rotterdam compleet opgewaardeerd. Vlakbij de Erasmusbrug torenen hier letterlijk een aantal architecturale pareltjes boven de oude pakhuizen uit. Het meest opvallende is van Rem Koolhaas, een echte local starchitect. Zijn De Rotterdameen gewoon flatgebouw noemen zou hem oneer aandoen, het is eerder een verticale stad van drie aan elkaar verbonden bouwsels van bijna 150m hoog met een hotel, appartementen, horeca, winkels enz. . Maar tussen al die hoogbouw staat Hotel New York nog steeds parmantig te wezen. Een gevestigde hotelwaarde waar vroeger de landverhuizers inscheepten richting het beloofde land. Stap er zeker eens binnen voor een koffie of een apero aan de indrukwekkende bar, je kijkt je ogen uit. 

Van hier wandel je via de voetgangersbrug recht naar schiereiland Katendrecht, vroeger een ruige zeemansbuurt, Chinatown en berucht red light district! Nu is het een amalgaam van authentieke pakhuizen, nette rijhuisjes en hoge nieuwbouw. Maar het is vooral een stukje stad waar de horeca bruist zonder afgelikt te zijn. Hier kan je terecht voor ontbijt, koffie, lunch, apero en diner!

blog3.jpg

Erg leuk én ruig is Fenix Food Factory waar je kan lekkers kan shoppen én eten. Overheerlijk desembrood koop je bij Jordy’s Bakery waar je ook terecht kan voor een fiks ontbijt en dito lunch. Verder vind je in de oude loods ambachtelijk gemaakte stroopwafels, bio groenten, bierbrouwerij De Kaapse Brouwers, knabbels van de Marokkaan, kazen bij Booij, een koffiebranderij en smakelijke handmade worsten van Firma Bijten. Alles valt samen te vatten onder de noemer Kleinschalig & Handgemaakt. Op het deliplein achter de loods vind je het ene restaurantje naast het andere, het aanbod is zo groot dat het moeilijk kiezen is. Een fijne kroeg is café De Ouwehoer waar je eens lekker kan gaan zitten ouwehoeren. Het lijkt alsof de stoere zeebonken er elk moment kunnen binnenvallen. Bij Bistrot du Bac eet je de Franse klassiekers en een paar deuren verder kan je terecht voor een exquis stukje vlees bij CEO Baas van het Vlees. Stoere inrichting en inventieve vleesbereidingen. Gastvrouw van de avond Sammy Jo legt ons heel erg vriendelijk in de watten, chef Mark Muzerie kent zijn klassiekers maar geeft er graag een twist aan. De wijnkaart is er eentje om U tegen te zeggen, het is het paradepaardje van eigenaar en sterrenkok Mario Ridder. De meesten zijn ook per glas te bestellen, laat je liefdevol adviseren door het vriendelijke personeel.

blog5.jpg

Oerhollands ingericht is De Matroos en het Meisje, met Delfstblauwe taferelen tegen de muur, geblokte tafelkleden en ‘eten wat de pot schaft’. Al klinkt dat minder lekker en verfijnd dan het in werkelijkheid is, zeker een aanrader!

De wandelroute Heen en Weer leidt je van Hotel New York naar het SS Rotterdam, het oude stoomschip dat pendelde tussen Rotterdam en Manhattan en nu dienst doet als hotel/restaurant. Zeker in de zomer is het één van de fijnste plekken voor een drankje op het dek. Via de kades van de Kaap met het spectaculairste uitzicht over Kop van Zuid, wandel je terug. Wedden dat je je eventjes in NY waant?

blog4.jpg

Na een dag Katendrecht wandelen we terug naar ons hotel om nog snel wat te ‘nassen’ in de nieuwe Foodhallen Rotterdam, niet te verwarren met de Markthal in het centrum. Nog maar net geopend, zit het bijna dagelijks afgeladen vol en dat lijkt te danken aan de strenge selectie van eetstalletjes in een schitterend decor. De formule is ondertussen wel gekend, je haalt iets te eten waar je zin in hebt, neemt er een drankje bij en zet je aan de toog van één van de zaken of aan de gemeenschappelijke tafels en genieten maar! Wij kozen voor sushi 2.0 bij Kyatcha, enthousiast uitgebaat door drie jonkies! A la minute voor je neus klaargemaakt, verser dan vers en smaakcombinaties die een feestje voor de smaakpapillen zijn. 

blog22.jpg

 

Centrum

Als je op Kop van Zuid logeert, moet je de Maas oversteken om in het centrum te geraken. Dat kan via de indrukwekkende Erasmusbrug te voet, per fiets of met de step. Maar wij nemen deze ochtend de watertaxi naar Boerengat, een dok aan de overkant van de Maas. 

blog25.jpg

Een goed voorbeeld van ‘edgy’ Rotterdam is het out-of-the-box concept Aloha van Femke Snijders. Ze toverde een voormalig tropisch zwemparadijs om tot een ecologisch walhalla. Een ietwat bevreemdende plek om binnen te stappen maar wel verrassend anders. De vrouwelijke, Peruviaanse chef en de eigenares zetten zich keihard in om de afvalcirkel te sluiten en duurzaam te werken. Een hele uitdaging maar ze gaan er hier creatief mee om. Zo worden de melkoverschotten van de cappuccino’s getransformeerd tot homemade ricotta. Het eten dat je voorgeschoteld krijgt is sexy en smakelijk, de biodynamische wijnen en wilde gistbieren maken het plaatje compleet. We kiezen voor de ‘golden platter’ als lunch, de ideale manier om van verschillende gerechtjes te proeven en wondere smaken te ontdekken. Het afsluitende blokje lokale kaas met een streepje honing en koffiegruis is niet iets wat ik spontaan zou bestellen maar blijkt niet normaal lekker. Bij mooi weer kan je hier heerlijk onderuitzakken op het gigantische terras aan het water met één van de fijnste zichten op de stad.

blog27.jpg

We wandelen richting de Hoogstraat, een wat saaie straat vol middelmatige appartementsblokken maar er leeft wel iets. Leuke horecaconcepten vinden er hun stek, zoals coffeebar Amada. Een frisse zaak met lekkers op de kaart en de enige zaak in Nederland waar je een selfieccino kan bestellen. Een prima kop koffie met, jawel, een selfie. Geprint met eetbare inkt (oef!) op je laag melkschuim. Ideaal voor de tienerdochter en haar vriendinnen, een geheide hit op instagram.

Harries is een unieke delicatessenzaak met proeflokaal. Oftewel een mooie klassieke zaak waar je de wijnen, bieren en champagnes die je er kan kopen, ook kan proeven en degusteren. Harrie is een gekend sommelier en geeft voortreffelijk advies maar kookt ook lekkere hapjes bij elkaar voor bij dat appetijtelijke glas. 

blog10.jpg

Achter de hoek van dit alles ligt het unieke Industriegebouw, een icoon van de Rotterdamse wederopbouw. Na jaren van leegstand werd het in 2015 gerenoveerd, zijn er ondertussen meer dan 200 bedrijven gehuisvest en werken er meer dan 1000 mensen! Niet zo interessant voor de gemiddelde toerist zou u denken maar niet alleen kleine creatieve bedrijven vonden er een plek, ook eigenwijze winkels en coole horecazaken namen er hun intrek op de begane grond. Wandel het hele gebouw eens rond, je kan hier ontbijten, lunchen en dineren. Ben je echt van het uitslaperstype, dan kan je By Jarmusch de hele dag door ontbijten, tot 4u ’s middags. Je waant je in een eigentijdse Amerikaanse diner met diensters in schattige uniformen die je, zoals in de film, met de glimlach een refill koffie schenken. Het grote verschil met de USA is dat de koffie hier van topkwaliteit is en geen doorzichtig sopje. Een fijne zaak waar je van copieuze ontbijten geniet bij een streep jaren 50-muziek. 

blog9.jpg

Aan de achterkant is Old Scuola dé hipster pizzeria van deze buurt. Vriendelijke pizzabakkers zwieren gezwind het deeg in het rond en beleggen de pizza’s met de heerlijkste ingrediënten voor ze de houtoven ingaan. Het kan hier erg druk worden, reserveren is aan te raden. 

blog8.jpg

Ga je dan nog eens de hoek om, dan kom je terecht bij Héroine, een zaak waar zelfs tot in Antwerpen over gesproken wordt. Het blijkt een prachtige zaak met een interessante symbiose tussen ruig en verfijnd. Je ziet duidelijk het oude industriegebouw nog maar het wordt mooi gecontrasteerd door oudroze fluwelen zetels, strak hout, veel groen en zachte verlichting. De informele sfeer valt meteen op, hier geen stijfdoenerij zoals in sterrenrestaurants al benadert het eten wel degelijk dat niveau. Je kan hier terecht voor een drankje met wat lekkers aan de bar of je reserveert een tafel. Dat laatste is zeker aan te raden, de zaak is razend populair. Op de avond dat wij er binnenvallen, is er helaas geen plek en nemen we onze toevlucht tot de gezellige bar waar chef Michael Schook ons verwent met oesters op verschillende wijzen en een bijpassende bubbel in het glas. Veelbelovend, hier komen we zeker terug!

blog28.jpg

In de Pannenkoekstraat is Ajì ook een culinaire voltreffer. Net geopend door chef Pelle Swinkels, die de kneepjes van het vak leerde bij sterrenchef Mario Ridder, van oa. CEO Baas van het vlees weet u nog? Hij serveert een spannende keuken die Spanje, Zuid-Amerika en Azië verenigt met als rode draad de Ajì peper. We genoten er van een bord uitstekende ceviche van zeebaars en een stuk Iberische varkenslende met chorizo en Aziatische toetsen. Opwindende combinaties, hoog op smaak. Fijn detail is dat de wijnkaart alleen Spaanse en Zuid-Amerikaanse wijnen biedt en het bier van de tap godzijdank geen Heineken is maar het Spaanse Mahou. 

blog7.jpg

Aan fine dining adressen geen gebrek in deze bruisende stad. Dertien is nog zo’n overheerlijk, complexloos adres dat geregeld vol Belgen zit en dat vinden ze hier altijd een compliment! De Rotterdammers zien ons graag komen omdat ze vinden dat wij Belgen goed eten veel meer appreciëren dan de gemiddelde Nederlander. Je wordt dan ook overal in de watten gelegd als ze horen dat je uit het schattige België komt.

De gigantische menukaart tegen één van de muren is een ware blikvanger en verraadt een voorliefde voor groenten. Lokaal, eerlijk, eigenzinnig en seizoensgebonden, dat vat het zowat samen. De houtoven vormt het warme hart van de zaak, bijna alles belandt in of boven de hete kolen. Het levert prikkelende gerechten op zoals makreel met dashi, peterselie en wortel oftewel een smaakbom van formaat. Wat volgt is een kleurrijk, vegetarisch gerecht met rode biet, palmkool en knolselder. Het is zo’n vegetarische topper waarbij je het vlees hoegenaamd niet mist. De natuurlijk wijnen en bieren zijn hier in Rotterdam al helemaal ingeburgerd, je krijgt ze overal ingeschonken. Of dat nu een goede zaak is of niet, persoonlijk vind ik het fijn als je de keuze hebt tussen natuurwijnen en hun sulfiethoudende broers en zussen. Soms tillen ze een gerecht naar een hoger niveau, geregeld smaken ze echter naar ordinair druivensap. Vraag zeker eerst een proevertje. Dertien ligt vlakbij de hippe Witte de Withstraat, een straat vol toffe winkels en eethuisjes. Ben je op zoek naar een streepje cultuur, loop deze straat dan uit en stap eens binnen in het befaamde Boijmans van Beuningen museum, altijd een topper.

blog29.jpg

Noord

De elektrische step is aan een opmars bezig in grote steden, wij mogen in ons hotel een setje uittesten. Heel makkelijk in gebruik al is het uitkijken voor venijnige stoepranden en de vele fietsers om je heen. Vandaag willen we Noord verkennen en de step blijkt de ideale partner om eens een iets langer traject af te leggen. We steken de brug over en cruisen altijd rechtdoor tot aan het kruispunt met Meent, hier slaan we rechtsaf. Kenners weten dat Dudok hier al jaren de beste appeltaart serveert, het gebak is zelfs een erkend streekproduct. Zeker de moeite om onze steps even op slot te leggen al blijkt dat nog het lastigste deel van het steppen!

blog30.jpg

We zoeven de stad door tegen 20 km/u, dan geraak je snel een pak verder dan te voet. We hebben nood aan een fiks shot cafeïne en schuiven aan in het gerenommeerde Man Met Bril Koffie. Voor Paul, de eigenaar die helaas geen bril meer draagt, is dit niet alleen een verhaal over koffie maar gelegen in een uitdagende buurt werd Man Met Bril Koffie ook een sociaal project. De kleine criminaliteit daalde serieus sinds zij hun deuren openden, 365 dagen per jaar!

blog17.jpg

Bij elk kopje krijg je een fiche met uitleg over de herkomst van de boon en het smaakprofiel, koffie wordt hier naar een hoger niveau getild. Met wat geluk zijn ze net de koffiebonen aan het branden. Als je elders in Rotterdam een koffie drinkt, is het er vaak eentje van dit huis, ze leveren nl aan tal van goede koffiezaken. Zo slurp je By Jarmusch koffie door Paul geselecteerd en gebrand. Erg populair is het dagelijks ontbijt, voor slechts 6,66€ krijg je een flinke hap voorgeschoteld, kopje koffie erbij en je bent klaar om er in te vliegen!

Noord is veel rustiger dan het centrum en echt wel een omweg waard. De Zaagmolenkade is een aangename straat langs het water met kleinschalige winkels en eigenwijze restaurants. Een aanrader is Bertmans, waar je voortreffelijk ontbijt, luncht of dineert. De focus ligt op vegetarisch en/of vegan, de gerechten zijn om door een ringetje te halen. 

blog13.jpg

Een bijzondere plek is Op Het Dak en dat mag je letterlijk nemen. Valerie Kuster creëerde de grootste dakakker van Europa met een zicht om U tegen te zeggen. Op de zevende verdieping van een lelijke blok vol creatievelingen kom je in een groene stadsoase terecht.

Een ruige plek met zicht op de skyline van Rotterdam. Van het dak op je bord is het concept en dat is erg lekker! Ook hier komen natuurwijnen op tafel, ik zei het al, het is een trend. Als het weer het toelaat zit je hier tot in de winter op het terras tussen de hippe Rotterdammers. Al merken we dat de oudjes uit de buurt hier ook graag een kopje thee komen drinken. 

blog14.jpg

Neem de lift terug naar beneden maar stap op de eerste verdieping uit en ga rechts de dubbele deur door, je komt zo op de luchtsingel terecht.

blog11.jpg

We nemen de step aan de hand en lijken een parallelle wereld in te stappen. In een knalgeel decor stap je boven het drukke stadsverkeer van Noord naar het centrum via de luchtbrug. Je wandelt zo naar de Hofbogen, een opgewaardeerde site waar vroeger de trein over reed. Nu huizen er koffiebars, restaurants en winkels.

blog12.jpg

 

Delfshaven

Aangezien Rotterdam tijdens WOII bijna volledig plat werd gebombardeerd, is de algemene architectuur naoorlogs. Of je houdt ervan of je vindt het lelijk. Wil je toch een authentiek stukje stad ontdekken, wandel dan eens tot Delfshaven. Een wijk waar alles nog is zoals de tijd van toen, waar je het geboortehuis van zeevaarder Piet Hein kan aanschouwen en de vele woonboten één en al nostalgie uitstralen. De cafeetjes lijken uit geschiedenisboeken te komen maar de vele galerieën voegen een moderne (kunst)toets toe. Ga een pintje drinken bij de vriendelijke barman van Tapperij Vanouds ’t Kraantje, doe je ogen dicht en waan je even terug in zeevaarderstijden. Een uniek stukje Rotterdam!

blog23.jpg


Info:

 

De officiële website van de stad Rotterdam is rotterdam.info , zij bieden ook de Rotterdam Tourist app aan.

 Naar Rotterdam rijd je in een dik uur vanuit Antwerpen. Parkeren in de stad is duur.

Op het Noordereiland vlakbij de Erasmusbrug parkeer je wel overal gratis. Een andere optie is je auto te parkeren op de P+R Kralingse Zoom. Neem een metroticket en reis in minder dan 10 minuten naar het hart van Rotterdam. Als je terugreist binnende 72u kan je met je laatste metroticket je parking betalen, je betaalt dan slecht 2€!

Info op rotterdamparkeren.nl

 Bijna alle fine dining restaurants zijn alleen ’s avonds geopend, wat opvallend is. Hou hier rekening mee als je je trip plant. 

 De metro is makkelijk in gebruik, je kan opteren voor een twee-uren ticket of een dagpas. Check ret.nl voor meer info.

 De stad is te voet goed bewandelbaar, elektrische steps zijn een tof alternatief (check rotterdamhiddengems.com voor plezante tours) en de watertaxi is een absolute must. Je ’s avonds laten oppikken en over de Maas naar je bestemming gebracht worden is ronduit betoverend. Alle info op watertaxirotterdam.nl.

 

blog24.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chefchaouen

Een combinatie van twee dagen Fez en twee dagen Chefchaouen, dat was het plan. Ik was de blauwe stad op internet tegengekomen en voelde meteen :”Daar moet ik naartoe!”. Maar ik wilde ook naar Fez, het werd dus een duo-citytrip.

We landen in de luchthaven van Fez waar we een auto huren om meteen naar Chefchaouen te rijden, zonder gps want die viel duurder uit dan de prijs van de autohuur. Een keuze waar we nog spijt van zouden krijgen maar bon…we dachten ongeveer te weten waar Chefchaouen lag. Ongeveer is een ruim begrip, zeker in Marokko.

Zonder gps of Google maps rijden we weg van Fez en waar we een dor landschap verwacht hadden, lijken we de groene heuvels van Schotland in te rijden..een hele vruchtbare streek dus!

on the road Marokko
onderweg in Marokko
onderweg Marokko

We doorkruisen levendige dorpjes in onze Dacia Duster en rijden geregeld verkeerd. Verdwalen is een groot woord maar we lijken wel rondjes te rijden en de dikke 200 km die we dienen af te leggen nemen veel meer tijd in beslag dan gehoopt. Een interessante rit, dat wel maar ik rijd toch liever recht op mijn doel af. Dat we bijgevolg een beetje haastig beginnen rijden, was ook de flitsende politie opgevallen. Niemand had hen zien staan, zij hadden ons wel zien rijden. Een fikse boete van 60€ aan ons been, we wisselen van chauffeur en rijden verder. Dit keer rijden we trager maar blijkbaar nog te snel volgens de geüniformeerde kerel langs de baan. Schoon pak aan en best vriendelijk maar de snoodaard stond zo verdekt opgesteld dat we ook deze gemist hadden. Het was zoeken naar de snelheidslimiet die op de baantjes tussen de dorpen van kracht was, duidelijke verkeersborden, daar houden ze hier niet van. En jawel, weer een boete, de helft van daarnet maar ook weer 30€ kwijt. Zou wel eens willen weten welke boete er staat op het uit een bestelwagen hangen met de deur open.

Het gevolg, we arriveren in een al donker Rif gebergte en dat is jammer want de aanblik van Chefchaouen dat tegen een bergflank aangebouwd ligt, moet de moeite zijn. De stad dankt haar naam aan die ligging tegen de bergwand die aan hoornen doet denken. Chefchaouen is Berbers voor Hoorn. Dat ultieme zicht is voor morgen.

De gebouwen in de stad worden blauwer en blauwer naarmate we het centrum naderen, we parkeren onze Dacia aan de rand van het stadje en gaan te voet op zoek naar onze riad Chérifa. Een knus en authentiek huis met verborgen hoekjes en kantjes.

riad Chérifa Chefchaouen

Chefchaouen is niet groot en dineren in het Rif gebergte is niet fancy, modern of hip. Het is eerder rustiek en wat zwaardere bergkost, zo je wil. We komen terecht bij Casa Hassan, een gezellig restaurantje waar de haard aangenaam brandt. Het is begin maart en hier in het Rif gebergte wordt het behoorlijk fris als de zon ondergaat. We eten een prima couscous en kruipen op tijd ons bed in.

Casa Hassan Chefchaouen

Chefchaouen, oftwel The Blue Pearl, is pas echt magisch in daglicht. Vanaf het moment dat we de deur van onze riad buiten stappen is het al blauw wat je ziet.

blauwe deuren in Chefchaouen

Van pasteltinten over indigo tot het felst mogelijke blauw, zelfs de straten zijn hier en daar opgesmukt. “Maar waarom blauw?” hoor ik je vragen.

het meest gefotografeerde steegje…

het meest gefotografeerde steegje…

Awel, daar zijn ze het niet over eens…er zijn een paar mogelijke verklaringen, ik zet ze even op een rijtje. Gedurende de vijftiende eeuw, tijdens de Spaanse Inquisitie, zochten Sefardische Joden onderdak in Chefchaouen. Ze verfden hun huizen poederblauw, wat de kleur van goddelijkheid is in het Judaïsme omdat het lucht en water vertegenwoordigt. Het verven van huizen zou, gecombineerd met het ophangen van gebedsdoeken, de stad beschermen. Een andere uitleg zou kunnen zijn dat het de insecten buiten houdt. De vreemdste uitleg wellicht is dat de stad blauw ziet omdat de oorspronkelijke bewoners blauwe ogen hadden en blauwe kleding droegen…lijkt me wat vergezocht. Wat ook de oorsprong is, het geeft deze heilige stad met 8 moskeeën een toeristische troef en een feeërieke uitstraling. Kleine tip : om niet te verdwalen in de medina is het handig om te weten dat als de straat ook ingekleurd is, deze doodlopend is.

blauw in Chefchaouen

Het centrale plein, Place Outa el Hammam, is een fijne plek om rond te wandelen en je neer te vleien op één van de vele terrassen tussen de thee-drinkende mannen. Of wandel eens door de kasbah en zijn mooie tuinen. Je hebt er door de kijkgaten prachtige zichten op de stad.

Place Outa el Hammam Chefchaouen
Chefchaouen in het Rifgebergte

Aan de rand van het dorp komen we op een marktje terecht, altijd goed voor een portie couleur locale.

markt in Chefchaouen

Achter de stad ontwaren we een steile klim omhoog, een pittige uitdaging in de middagzon. Het zicht over de stad is fenomenaal, een mix van het befaamde blauw en veel wit. Ze lijkt alle zonlicht te weerkaatsen, geen overbodige luxe tijdens hete zomermaanden lijkt me.

Chefchaouen in het Rifgebergte

Blijf zeker niet alleen in het centrum van de stad hangen maar steek ook de rivier eens over. Mensen wassen er tapijten, vrouwen verzamelen er voor een ochtendbabbel. De sfeer hier is helemaal anders dan in de drukke, grotere steden. Mensen zijn op hun gemak, lijken zich nooit te haasten en zijn bijzonder vriendelijk. Zou het iets te maken kunnen hebben met het feit dat het Rif gebergte niet alleen bekend staat voor zijn schone bergtoppen maar ook voor zijn wietproductie? Marokko is wereldleider in het goedje en de bergen rondom Chefchaouen staan bekend voor de wietplantages.

wandeling buiten Chefchaouen

We wandelen een steile bergflank op en bevinden ons tussen velden met onbestemde jonge plantjes. Ik ken er niet genoeg van om het als wiet te bestempelen maar de kerels die we onderweg tegenkomen hebben duidelijk geen gras gerookt. Ze bieden je stuff aan maar best is ze gewoon te negeren…cannabis is ook hier illegaal al lijken de velden dat tegen te spreken. Geloof me, een enkeltje gevangenis lijkt me hier geen goed idee. Foto’s nemen was niet echt evident, in dit stukje Chefchaouen waren ze niet tuk op pottenkijkers. De dame op de foto schold me de huid vol…denk ik toch.

chefchaouen

Twee dagen zijn voldoende om deze stad op mensenmaat te verkennen. Morgen rijden we terug richting Fez, hopelijk zonder boetes deze keer en recht op ons doel af.

*Je vliegt op ongeveer 3u naar Fez. Dat kan vanuit Charleroi of Eindhoven.Vanuit Fez is het 216 km naar Chefchaouen maar reken zeker langer dan 2u.

*Een geldig paspoort is vereist, een idkaart volstaat niet!

*In de stad kan je meestal enkel cash betalen, de lokale munt is Dirham. Geld afhalen kan op verschillende plaatsen.. In de moderne restaurants kan je overal met de kaart betalen. Vergeet bij je bank zeker niet je kaart te laten openstellen voor Marokko voor de duur van je verblijf!





Marrakech

KEUZESTRESS // Keuze te over in deze chaotische stad. Al is het niet eenvoudig kiezen. Ruwweg vallen de restaurants en eethuisjes onder te verdelen in streetfood, authentieke eethuisjes en moderne (lees Europese) restaurants. De laatste categorie is bijzonder populair onder de toeristen en dat is niet vreemd. Ze liggen op toffe plekken en fotogenieke pleinen, zien er proper uit, hebben een herkenbare kaart en zijn geweldig ingericht. En soms is het fijn om even aan de hectiek van de medina te ontsnappen, je in een lustige tuin neer te ploffen en iets binnen te spelen waar je niet al teveel moet bij nadenken. Bij de authentieke eethuizen is dat een iets grotere uitdaging. Wij Belgen lusten bij warm weer al wel eens een frisse pint of een fruitig glaasje rosé. Aangezien Marokko een moslimland is, is alcohol hier een beetje een issue. Slechts een handvol zaken in de medina hebben een alcoholvergunning. Wees dus niet verbaasd als je op de menukaart enkel frisdranken, thee en koffie aantreft.

Place des épices, Nomad restaurant

Place des épices, Nomad restaurant

WESTERSE SFEREN // Eén van mijn favoriete pleintjes pal in het midden van de souks is Place des épices, oftewel de kruidenmarkt. Dé plek om exotische kruiden in te slaan, de geuren waaien je tegemoet. Ga zeker voor een goede Ras el hanout, dé smaakmaker in de Marokkaanse keuken. Ruik gerust in de verschillende winkeltjes aan de potten, elke zaak heeft zijn eigen unieke mengeling. De letterlijke vertaling van Ras el hanout is trouwens ‘het beste van de winkel’. 

Aan dit geurige pleintje zitten twee hele fijne zaken die quasi de hele dag afgeladen vol zitten. Café des épices met zijn mooie donkerrode gevel heeft een prettig terras op het gelijkvloers, je zit hier bijna op de markt tussen de marktkramers. De twee volgende verdiepingen zijn ideaal voor als het weer wat tegenzit maar het spectaculairste eet je boven op het dakterras na een pittig klimmetje via de steile trap. En dat is in de meeste gevallen zo…de dakterrassen zijn meestal de eyecatcher van de zaak. In de rode stad is er bijna geen hoogbouw en heb je rondomrond een uniek zicht. Vaak hebben onooglijke cafeetjes hele toffe terrassen…omhoogkijken is dus de boodschap!

Café des épices, Nomad, La Famille, Le jardin.

Café des épices, Nomad, La Famille, Le jardin.

Een lekker frisse lunch is in het Café des épices de overheerlijke gevulde boterham. Keuze genoeg en als de zon te hoog aan de hemel staat zet je één van de strooien hoeden op die klaarliggen voor de toeristen met een bleek vel. Heel instagram-waardig.

Vanaf het terras zie je aan de overkant het aantrekkelijke Nomad liggen, in beige tinten. Beneden zit een fraaie winkel met strak aardewerk, voor het appetijtelijke eten en dito service moet je, je raadt het al, naar boven. Hier is het vooral ’s avonds heerlijk vertoeven in een feeëriek verlicht decor. Ik at er een voortreffelijke Marokkaanse gazpacho met watermeloen en een rijk gevulde salade met venkel, bloemkool, granaatappel en een kruidige dressing. De kaart is eerder Europees maar met voldoende kruidige invloeden.

Le jardin heeft zijn naam niet gestolen en is een beetje een uitzondering op de dakterrassen-regel. Hier is de tuin een echt lusthof, met weelderige planten en bomen in 50 tinten groen. De tafeltjes staan fijn opgesteld tussen het wulpse groen, de bediening is supervriendelijk. Extra leuk is dat rond de binnentuin ontwerpers van diverse pluimage huizen in pop ups, zeker een bezoekje brengen. De desserts zijn om duimen en vingers bij af te likken als is de hele kaart aantrekkelijk te noemen.

El Fenn, La Terrasse des épices, Le Salama, El Fenn

El Fenn, La Terrasse des épices, Le Salama, El Fenn

La famille is relatief nieuw en ligt een stuk zuidelijker, richting Joodse wijk. Goed verborgen in een druk winkelstraatje, moet ik drie keer vragen waar La famille verstopt zit. Het opent vanaf 12u zijn kleine zwarte deur en enkel als het open is zie de achterliggende oase in de zon schitteren. Volledig in het wit met een schattig winkeltje van de eigenares die ook juwelen fabriceert. Je drinkt hier de gezondste shakes en homemade icetea’s en ook de salades zijn om over naar huis te schrijven, zo lekker en apart. Maar de cakes en taarten zijn hier het populairste gerecht. Aanrader!

La terrasse des épices ligt niet -zoals de naam doet vermoeden- aan de kruidenmarkt maar een stukje noordelijker. Hier enkel een dakterras in zwarte tinten dat ’s avonds een extra sfeertoets aan de zaak geeft. Gezellige verlichting doet de rest. Fijne inhammen om wat meer privé te lunchen of te dineren, fijne bediening en een eerder klassieke kaart…van pasta’s tot salades. Hier bestel je zonder blozen een goed glas wijn of een frisse pint, met of zonder strooien hoed.

Nog een plek waar de vraag naar alcohol niet op wenkbrauw-gefrons wordt onthaald is El Fenn, een hotel/restaurant van het sjiekere slag. De zus van Richard Branson zwaait hier de plak. Met zijn indrukwekkend kleurrijke inkom, verschillende binnentuinen, elegante conceptstore en een veelvoud aan dakterrassen is dit een pareltje. De prijzen zijn navenant maar het is wel eens leuk om iets te drinken tussen the high society. Een luxueuze plek waar alles klopt tot in de kleinste details. Gewoon een glas rosé bestellen en je even in la la land wanen.

Wil je graag goed aperitieven op een plek met een fijn zicht waar het altijd happy hour is? Dan slecht één adres, Le Salama vlakbij het bruisende Djemaa el Fna plein. Helemaal bovenaan is een overdekt terras waar de temperatuur perfect wordt geregeld en je steeds twee drankjes krijgt als je er eentje bestelt. De hele avond lang! Vlotte bediening, mensen uit alle windstreken, een prachtig zicht. Als je tegen valavond gaat, kleurt alles hier Marrakech roze en smaakt die cocktail eens zo goed. Ideale startplek voor een avond op het plein.

blogmkech15.jpg

De ORIGINELE KEUKEN // Om écht authentiek Marokkaans te eten, moet je als doorsnee toerist het kaf van het koren kunnen scheiden. En dat is niet altijd evident. Ik laat me mee op sleeptouw nemen door Carlo Simons, een culinaire Belg die hier nu twee jaar woont en werkt. Hij spreekt al een flink mondje Arabisch en met hem door de souks wandelen is een belevenis. Overal wordt hij aangehouden, bekenden spreken hem aan, er wordt op schouders geklopt. Maar waar zet je je neer voor een goede maaltijd? Een gouden tip; als het gegrild, door en door verwarmd werd, of gefrituurd dan is het doorgaans veilig om te eten. Ga vervolgens af op de hoeveelheid volk, zit het eethuisje vol of staan er rijen aan te schuiven aan het eetstalletje? Dan is er gewoonlijk veel afzet en blijven dingen niet te lang liggen in hoge temperaturen. 

streetfood

streetfood

Carlo neemt me mee naar de wijk Riad Laarous, het stuk van de stad waar hij ook woont en zijn dagelijkse inkopen doet bij de vele straatverkopers.

TANGIA // We houden halt bij een onooglijk klein eethuisje waar het zo mogelijk nog een paar graden warmer is dan buiten! De broers van Ma Moul tangia (de man van de tangia) hebben de taken goed verdeeld, de meest forse staat achter de potten. Die met de liefste glimlach bedient. Ik ben de enige vrouw en het is een komen en gaan van mannen met terracotta potjes onder de arm. 

Ma Moul Tangia

Ma Moul Tangia

Carlo geeft tekst en uitleg :”Een tangia is een typisch gerecht van Marrakech. Het is slow cooking avant la lettre. Mannen die alleen zijn of niet kunnen koken, of ’s middags iets willen eten terwijl ze aan het werk zijn in de souks, nemen hun tangia mee van huis. Ze gaan naar de slager en laten het potje vullen met een kippenbil, voegen er aan een groentekraam wat look en gekonfijte citroen aan toe, gaan om wat zure boter (smen) bij de melkboer en geven het af bij Ma Moul tangia. Een paar uur later kunnen ze hun potje komen halen, langzaam gegaard op de assen van de locale hammam. Wij krijgen ter plekke een potje uitgestort op ons bord en mogen dat samen met een schoteltje bonen verorberen met de rechterhand. Bestek, dat is hier echt overbodige luxe. Het is een belevenis om hier te zitten, tussen kerels van alle leeftijden, met zicht op de niet aflatende stroom mannen-met-potten. Het moet gezegd, het smaakte voortreffelijk! Sappige kip die van het bot valt met een smakelijke saus. En met je vingers eten doet mijn innerlijke kind herleven, alleen lijk ik meer te smossen dan normaal. Met een spuitwater erbij en brood om de saus op te deppen, komt de rekening op 12€, voor ons twee welteverstaan. Authentieker dan dit vind je niet! Vraag in de wijk naar Ma Moul Tangia en ze sturen je zeker de juiste kant uit.

Couscous bij Naima.

Couscous bij Naima.

COUSCOUS // Mijn zoektocht naar de beste couscous begint én eindigt bij Naima, vlakbij de groenten- en fruitmarkt. Op de avond dat ik er binnenwandel, ontvangt Soumia me. Een mooie Marokkaanse met een warme lach. Ze stelt de tante van haar man voor die hier de beste en meest traditionele couscous uit haar potten tevoorschijn tovert. De zaak is niet groot, de keuken in verhouding echt piepklein. Ze serveren één menu, vandaag staat couscous met kip op het menu met vooraf een lauwe salade van pepers, paprika en olijfolie. Een delicieuze start. De indrukwekkende portie couscous met veel groenten en heerlijke kruidige kip smaakt als nooit tevoren, deze schuchtere dame kan koken met de hoofdletter K. Goed op smaak, licht pikant maar nooit té, zoet en zout in perfecte balans. Het is voorwaar de beste couscous die ik ooit at! Het dessert is eenvoudig, dun gesneden plakjes appelsien met een snuifje kaneel. Samen met een glaasje muntthee sluit dit een perfecte maaltijd prima af. 

Place Djemaa El Fna

Place Djemaa El Fna

DJEMAA EL FNA // Als je in Marrakech bent, moet je tenminste één avond spenderen op het wervelende plein Djemaa el Fna. Je ziet slangenbezweerders, derwish dansers, mannen met aapjes, vrouwen die henna tattoos zetten, kraampjes vol fruit en -sappen maar het indrukwekkendst zijn de openlucht restaurants. Iedereen wil dat je bij hen komt zitten en eten, je hoofd gaat tollen bij zoveel aandacht en geroep. Gewoon vriendelijk negeren en zeggen dat je al gegeten hebt, is een goede tip. Laat je niet van de wijs brengen, loop de hele markt af en kijk je ogen uit vooraleer je neer te zetten voor een bord Marokkaanse streetfood. Alles van het rund, schaap of geit wordt gebruikt en gegeten, niet schrikken als je een paar koppen ziet passeren. De rook snijdt je soms de adem af en het felle TL-licht is niet al te gezellig maar wat een belevenis! Kies een eettentje uit waar het gezellig druk is en je nog net kan aanschuiven aan één van de lange tafels. Laat je vertellen wat ze allemaal serveren, bestel alvast een muntthee, leun lichtjes naar achteren en laat de hele atmosfeer op je inwerken. Ik verzeker je, het is een unieke ervaring én lekker bovendien.

Djemaa El Fna

Djemaa El Fna

ETEN BUITEN DE MEDINA 

Grand café de la poste in Gueliz, ideaal voor ontbijt en lunch.

Al Fassia Gueliz en Al Fassia Aguedal, twee restaurants volledig gerund door vrouwen. Al Fassia Aguedal ligt onder Marrakech bij Jardin de l’Agdal. Toeristisch maar een authentieke kaart en goede wijnen.

Chez Lamine in Gueliz serveert tangia en méchoui, een volledig schaap aan het spit. Hier eet je tussen de locals.

REISINFO

*De ideale reistijd is van oktober tot mei. Hou er wel rekening mee dat tijdens de winter de nachten erg koud kunnen zijn dankzij de ligging vlakbij het Hoge Atlasgebergte.

*Er zijn ontelbare riads in Marrakech, in alle prijsklassen. Een aanrader met een geweldige prijs/kwaliteit verhouding is Riad Monika. Authentiek ingerichte kamers, goed ontbijt, heerlijk dakterras. Vanaf 78€ voor een tweepersoons kamer.

Wil je liever slapen in een strak interieur en tussen Belgische ontwerpen? Dan is Dar Kawa jouw dada. Eigenares Valerie Barkowski is Belgische maar woont en werkt al jaren in Marrakech. De riad is smaakvol ingericht met ontwerpen van haar eigen lijn V.Barkowski, de kamers zijn om door een ringetje te halen en het ontbijt is fenomenaal. Heel vriendelijk personeel. Vanaf 100€ voor een tweepersoons kamer.

*Je vliegt op ongeveer 3,5u naar Marrakech. Dat kan vanuit Brussel, Charleroi of Eindhoven.

*Een geldig paspoort is verreist, een idkaart volstaat niet!

*In de souks kan je meestal enkel cash betalen, de lokale munt is Dirham. Geld afhalen kan op verschillende plaatsen in de medina. In de moderne restaurants kan je overal met de kaart betalen. Vergeet bij je bank zeker niet je kaart te laten openstellen voor Marokko voor de duur van je verblijf!