Tel Aviv

Tel Aviv stond al lang op mijn verlanglijstje, letterlijk iedereen die er al heen reisde keerde enthousiast terug. Ook wij keerden serieus opgewonden huiswaarts maar het was - eerlijk is eerlijk - geen liefde op het eerste zicht. Het is een stad die stilaan je hart verovert en onder je vel kruipt. Het is een rauwe stad zonder vernislaagje, aan schone schijn hebben ze hier een broertje dood. Mensen zijn apart en eigenzinnig gekleed, gebouwen liggen er vaak aftands bij en het lekkerste eten vind je soms in de ruigste tenten. Maar het is de stad waar ik absoluut het lekkerst at, op elk moment van de dag.

blog9.jpg

FLORENTIN

We starten onze culinaire queeste in Florentin, een wijk in opkomst waar nu nog artiesten en kunstenaars de plak zwaaien. Dat uit zich in een buurt zonder opsmuk en met een ruige graffitilook. Na ingecheckt te hebben in Florentin House, zetten we ons aan de overkant van de straat neer voor een eerste bord humus in een groezelig eettentje. Een bord vol overheerlijke kikkererwtenbrij met een luchtig pitabroodje en een simpele sla. Humus is een heel ongecompliceerd gerecht en wordt hier op elk moment van de dag gegeten. Humus in Tel Aviv heeft niets van doen met de rulle smeersels die je bij ons in de supermarkt aantreft, hier is het goddelijk eten en je eet er liefst een bord vol van. Dat je de volgende uren niet meer aan eten hoeft te denken, is mooi meegenomen. Bij Herzl 16 kan je de ganse dag door terecht voor ontbijt, lunch, apero, diner en muziekoptredens. Een fijne plek met een geweldige binnentuin en een smakelijke kaart.

ROTHSCHILD BOULEVARD

Van het kunstzinnige maar ietwat slonzige Florentin wandel je zo naar de meest fotogenieke én sjieke straat van heel TLV, Rothschild Boulevard. Een drukke verkeersas maar in het midden is een brede, groene strook aangelegd waar een groot deel van het dagelijkse leven van de Tel Avivians zich afspeelt. Of toch van zij die zien en gezien willen worden. Eén en al geflaneer, snelle fietsers (houdt altijd uiterst rechts aan!), rollerbladers, ijsjes-eters, bomma’s en bompa’s op bankjes en speeltuinen. De hoge bomen zorgen voor een aangename verkoeling in een stad die wel eens durft oververhitten. Wat trouwens echt opvalt? Heel veel mannen met honden! Een wist-je-datje is hier op zijn plaats: TLV telt het meeste honden per inwoner ter wereld! Meer dan 36.000 exemplaren kan je hier tegenkomen, dat is één hond per twaalf inwoners! Meestal betreft het serieus uit de kluiten gewassen exemplaren met aan de andere kant van de leiband een mooie man. Serieus, let er maar eens op als je in de witte stad rondwandelt.

EYAL SHANI

Tel Avivs bekendste chef heeft meerdere restaurants in de stad, maar wij schuiven eerst aan in Miznon, Ivriet voor snackbar, op King George street. Lang voor Jeroen Meus de hotdog naar een hoger niveau tilde of Sergio Herman de friet opwaardeerde, herstelde Eyal de ordinaire pita in ere. We passeren de smoezelige zaak drie keer vooraleer we binnenstappen en ons ervan verzekeren dat we juist zitten. De zaak zit afgeladen vol en we nestelen ons aan de toog, naast een punker met gigantische hanenkam en een dakloze die zijn dagelijkse portie pitaresten komt afhalen. Meisjes achter de toog roepen dat iemands pita gereed is en nemen alweer de volgende take away-bestelling op.

blog16.jpg

We vragen aan de sympathieke uitbater wat we hier best eten en laten ons verrassen. In de keuken liggen tientallen bloemkolen te wachten op een donker korstje, hét handelsmerk van Eyals keuken. In elk van zijn restaurants staat dit simpele gerecht op de kaart, hij zet een alledaagse bloemkool op een voetstuk. Maar eerst krijgen we een fluffy pitabroodje gevuld met smakelijk slow cooked beef en zijdezachte tahin. Daarbij een dubbelgevouwen bakvel met ertussen geprakte aardappel met zure room en kruiden. Geniaal in zijn eenvoud, simpel opgediend met twee houten lepeltjes erbij. Vervolgens komt de bloemkool in zicht, bruutweg gepresenteerd in een prop bakpapier met twee vorken in de bovenkant gespiest. Een bordje tahin erbij en jawel, een eerste culinair orgasme wordt bereikt. Woorden als hemels, ongelooflijk en wauw worden in het rond gesmeten.

blog4.jpg

We eten bewust niet te veel, want we willen nog een vlaggenschip van Eyal bezoeken, Romano genaamd. In de lelijkste winkelstraat van TLV, Jaffa Street, worden we door de taxi afgezet bij wat Romano zou moeten zijn. Een treurige inkomhal van een appartementsgebouw en een meisje in jaren ‘80 outfit op een stoel, dat zien we, maar geen restaurant te bespeuren. Er dralen nog wat mensen rond die niet meteen weten waar naartoe, maar het meisje is niet geneigd om te helpen. Ten slotte vinden we een onfrisse deur die je doet vermoeden dat er nog meer onfraais achter te vinden is. We openen ze toch en treffen een gigantisch binnenplein aan tussen zielloze flats, maar worden aangetrokken door de beats en de fijne sfeerverlichting. Beneden op het plein zit een van de beste pizzeria’s van de stad.

blog15.jpg

Het is maandagavond en Romano zit afgeladen vol, we vinden wederom een plekje aan de toog. Aan borden doen ze hier niet, de carpaccio van rode biet wordt op een kartonnetje je richting uitgeschoven, de uitstekende wijnen worden gelukkig wel in een fijn glas geserveerd. Wat die carpaccio betreft: begeerlijke kost zonder poeha. De tartaar van zeebaars is een waardige opvolger, voor een dessert is er helaas geen ruimte meer, want de broeksriem heeft haar limiet bereikt. De gaanderij met zicht op het binnenplein zit ook tjokvol en is ideaal om tussen de gangen door een luchtje te gaan scheppen. Er wordt nog deftig gerookt in TLV, geregeld komt een zweem van een kruidiger exemplaar voorbij. In deze bohemien sferen doet niemand daar moeilijk over. De mooie meisjes van het onthaal zijn vlotte babbelaars en delen met plezier hun favoriete adressen. Al kunnen we na één dag al wel concluderen dat alle Tel Avivians van de vriendelijke soort zijn, een open volkje dat bruist van levenslust.

JAFFA, OLD PORT

De geboorteplek van Tel Aviv is absoluut een bezoek waard en contrasteert mooi met het moderne Tel Aviv. De oude nederzetting barste al snel uit haar voegen en mensen trokken verder weg naar wat nu Tel Aviv is. Het vormt nog steeds een belangrijk deel van de stad en het geheel wordt tegenwoordig Tel Aviv-Yafo genoemd.

Jaffa is een ware melting pot van Joodse en Arabische invloeden en je brengt er makkelijk een hele dag door. Plus, je hebt er een geweldig zicht op de kustlijn van het moderne Tel Aviv. Een eerste smakelijke stop is Jaffa Milk, een piepklein bakkerijtje vol zoete heerlijkheden. We aten er een soort boterkoek met chocolade, koffietje dabei en we zijn klaar om dit oude stadsdeel te verkennen. Bekend is de Jaffa Flea Market maar die vonden we persoonlijk erg rommelig. Interessanter zijn de omliggende straten met toffe meubelzaken, galerietjes en kleine shops. Flaneer door de steegjes en hou halt zo vaak je wil, honger en dorst hoef je hier niet te lijden. Ramesses is een topadresje dat je ’s avonds moet bezoeken. Als alle marktkramers weg zijn, palmt het restaurant de straten in en eet je er voortreffelijk. De jonge chef staat bekend voor zijn ongecompliceerde aanpak, in dit gelige decor komt zijn keuken perfect tot zijn recht. Bij Dr. Shakshuka eet je, euhm, de beste shakshuka. Noord-Afrikaanse joden brachten het gerecht naar Israël en hier wordt het ondertussen vooral als ontbijt en lunch gegeten. Het restaurant groeide uit tot een waar fenomeen en daar zit de zwaarlijvige maar uiterst charmante eigenaar voor iets tussen.

Langs de mooie moskee lopen we de kustlijn af naar de haven en ook daar is het al eten wat de klok slaat. Vissers halen de laatste vissen uit hun netten en de zilte zeelucht wakkert beslist een klein hongertje aan. Bij Fish & Chips eet je de heerlijkste gefrituurde hap recht uit de zee, maar voor de lekkerste humus moet je hier bij de Arabische Abu Hassan zijn. Vraag ernaar in de buurt van de haven, het ligt wat verborgen in een woonwijk. Een onaantrekkelijke zaak qua interieur, maar de humus is van het hoogste niveau. Op wandelafstand tref je The Jaffa Hotel, een luxepaardje onder de hotels. In de wonderlijk mooi gerestaureerde kapel kan je terecht voor een hapje en een drankje. Van de eenvoud naar de luxe in een paar stappen, in Tel Aviv is het heel normaal.

chappel The jaffa hotel.jpg

LEVINSKY MARKET

Ben je een echte kookfanaat en wil je kruiden inslaan die je thuis niet vindt? Rep je dan naar Levinsky Market. Geen markt in de traditionele zin van het woord, Levinsky Street is gewoon een aaneenschakeling van open winkels boordevol smakelijke ingrediënten om thuis zelf aan de slag te gaan. De van oorsprong Iraanse emigranten brachten hun geuren en kleuren mee en de derde generatie zet die traditie succesvol voort. Fijn aan de buurt is dat je in de zijstraten de fijnste eetplekjes vindt. Zo sla je twee vliegen in één klap. Als fanatieke hobbykok ga ik op zoek naar de echte za’atar, een kruidenmengeling met wilde oregano. Thuis vind je goede namaak met gewone oregano, maar het echte spul moet geweldig zijn. Het onooglijke kruidenwinkeltje van Arie Habshush vinden lukt alleen met de hulp van een vriendelijke local die ons een zijstraat van Levinsky instuurt. We gaan op de geur af en stappen een waar kruidenwalhalla binnen. Geen fancy winkel, integendeel. Je staat tussen de zakken kruiden en als er nog wat volk binnenstapt wordt het winkeltje al snel heel krap. Grote chefs komen hier hun kruiden inslaan, buurtbewoners ook. We worden vriendelijk ontvangen en de za’atar wordt bovengehaald. Ik neem een fikse voorraad mee en koop meteen ook een grote pot tahin. Dit is een veelgebruikt ingrediënt in de Midden-Oosterse keuken en onmisbaar om goede humus te maken. In België zijn de goede merken alleen online te vinden. We krijgen een kruidige koffie aangeboden en nog wat andere smaakmakers gratis mee en blij als een kind verlaten we Arie en zijn kinderen.

Zij raden ons restaurant Ouzeria aan, om de hoek. Een gouden tip, zo zal snel blijken. Een fijne eetplek met een aantrekkelijke kaart en supervriendelijke bediening. Aubergine is een veelvoorkomende groente op de menukaarten, maar bijster enthousiast word ik er meestal niet van. Toch besluiten we ons aan een carpaccio te wagen. Op het bord verschijnt een flinterdun laagje aubergine met daarover tahinisaus, tomaten blokjes en een kruidige groene saus. Krakend vers brood erbij en we likken net ons bord niet af. Overheerlijk!

blog17.jpg

Een adres waar ik al veel over hoorde is Café Levinsky 41 van Benny Briga. Gazos is hier de grote ster. In de meeste zaken in TLV is gazos sodawater met een smaakje maar hij tilt het goedje naar een hoger niveau door zelf zijn ingrediënten te fermenteren. Zo staat hij tot ver buiten de stad bekend voor zijn puur natuur, biologische limonades. Je krijgt geen kaart met keuzes voorgeschoteld, maar ze bereiden voor elke klant een afzonderlijke mix. Er kruipt behoorlijk wat werk in en het is een waar schouwspel om te kijken wat er allemaal in je limonade gaat. Huisbereide siropen, bessen, fruit, kruiden en bloemen. Het ziet er niet alleen uit als een pareltje, zo smaakt het ook. Benny is een grappig figuur met een schalkse glimlach op zijn gezicht gebeiteld. De motorkap van zijn kleine camionnetje dat voor zijn kiosk staat, is volgepropt met kruiden en bloemen. In de achterbak staan twee bankjes waar je even rustig kan genieten van het unieke brouwsel. Only in Tel Aviv!

Voor een fijne cocktail in een kleurrijk decor moet je bij Dalida zijn, niet het restaurant maar het kleine zusje aan de overkant. De meeste zaken hebben enorm veel keuze voor de vegetariërs onder ons maar wil je echt helemaal vegan gaan, dan is nieuwkomer Opa een must. Strakke inrichting, fijne bediening en vegan eten waar je geen moment een stukje vis of vlees mist. Kleurrijk, smaakvol, verrassend! De twee Duitse zusjes weten van wanten en koken de sterren van de hemel.

blog34.jpg

SABICH

Dé streetfood van Tel Aviv is absoluut deze vegetarische hap. De zaak met de beste reviews is Sabich Tchernichovsky, een onooglijk zaakje met twee zwijgzame mannen achter de toog die pita na pita vullen met de heerlijkste dingen. Hier eet je maar één ding en de enige vraag die ze stellen is of alles erop mag. Antwoord gewoon volmondig ‘ja!’ en geniet van een amalgaam aan smaken dat je van je sokken blaast. Schijfjes gefrituurde aubergine worden meticuleus in je pita gedrapeerd, techina er bovenop, wat gemengde salade, een beetje schoeg (pikante groene saus), een streepje amba (pikante mangosaus), een hardgekookt ei en weer aubergine, techina, enzovoort. Het duurt zeker tien minuten vooraleer je sabich gereed is, maar van zodra je je tanden zet in deze overvolle pitabrok weet je dat dit een van de redenen zal zijn dat je ooit terugkeert naar TLV.

blog2.jpg

BUREK

Dé strafste eetervaring hadden we bij Burek, het best bewaarde geheim van TLV! De weg ernaartoe is een belevenis op zich. Je wandelt door de donkerste, onverharde steegjes vol graffiti en er is geen ziel te bespeuren om de weg te vragen. We draaien de hoek om, enkel op het einde van het nauwe straatje brandt één lamp.

blog11.jpg

Net als we denken dat we in een van de gevaarlijkste buurten zijn aanbeland, zien we een uithangbordje dat ons een zucht van verlichting doet slaken: Burek. Tv-chef Barak Yehezkeli (Burek is zijn koosnaam) opent de deuren van zijn zaak maar twee dagen per week en hij noemt het zelf geen restaurant. Er is geen menu, je arriveert om klokslag 19.30u, je eet rondom zijn open keuken en hij stimuleert je om geregeld in zijn potten te komen kijken. We worden verwelkomd door de liefste meisjes die ons een arakcocktail aanbieden en ontmoeten de charismatische chef. De zaak loopt snel vol: hier is maar plek voor zo’n 38 personen, die allemaal rond de open keuken zitten. De chef trekt de avond op gang met een korte speech en een toast, het lijkt nu al of we op bezoek zijn bij een oude vriend.

Wat volgt is een waar eetavontuur: de chef kookt waar hij die dag zin in heeft en, niet onbelangrijk, alle producten zijn Israëlisch. We krijgen een crème van amandelen, een pikante groentedip en het lekkerste brood ever voorgeschoteld. Wat een start. Al snel volgt een salade van groene kruiden, opgediend in een vel bakpapier. Sashimi van tonijn en ravioli met drie verschillende vullingen passeert en een botermals stukje rundsvlees sluit het vijfgangen menu af. Ondertussen zijn er uren gepasseerd en zijn we lichtjes beneveld van de gretig geschonken lokale witte wijn. De dj die de hele avond aangename jazz uit zijn boxen toverde, gaat over op iets fellere beats en draait de volumeknop open… het spektakelstuk van de avond komt eraan: het dessert. Het grote werkblad wordt voorzien van grote vellen bakpapier en chef Barak dresseert het dessert als één groot schilderij. Hij kliedert en smeert dat het een lieve lust is, een veeg chocolademousse hier, een lik saus daar. Grote stukken koek worden in stukken gebroken en over het tafereel verspreid, fruit wordt toegevoegd, mensen verdringen zich rond het schouwspel. We eten allemaal samen van deze wonderlijke creatie en niemand stoort zich aan het gemeenschappelijke aspect.

IA3A3978.jpg

In deze buitengewone stad ontbreekt een oude restauranttraditie, maar net daardoor koken de chefs taboeloos en zonder complexen de sterren van de hemel. In al zijn eenvoud, zonder poespas of liflafjes en recht voor de raap. Je proeft de smeltkroes van geuren en smaken uit Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten in elk gerecht en dat is van een ontroerende schoonheid. Geen liefde op het eerste gezicht, maar ze heeft mijn hart compleet veroverd en ik kan niet wachten om terug te keren.

INFO

Vanuit Brussel of Eindhoven vlieg je rechtstreeks naar Tel Aviv’s belangrijkste luchthaven Ben Gurion.

Om in het stadscentrum te geraken kan je de trein nemen (24/24u) maar de taxi is de snelste optie. Er is een officiële taxistand aan de luchthaven, zij garanderen vaste prijzen. Noteer het nummer van het taxibedrijf dat je in de stad afzet en contacteer hen voor de terugreis. je zal minder betalen dan een taxi die je hotel voor je regelt.

Je betaalt in Shekel: 1 Shekel = 0,25€

Alle opschriften zijn in het Hebreeuws, je moet er aan wennen dat je niet alles kan lezen. Wel spreekt (bijna) iedereen voortreffelijk Engels.

In de stad verplaats je je heel makkelijk te voet maar een populaire transportwijze is de Sheut, wat gedeelde taxi betekent. Dit zijn meestal gele minibusjes die een vaste route door de stad afleggen en een tiental personen kunnen vervoeren. Je stapt in en geeft via de andere passagiers je geld door, het wisselgeld belandt via dezelfde weg netjes terug bij jou! Sherut 5 rijdt bv door de Rothschild Boulevard. Belangrijk: bussen en treinen rijden niet op sabbat (vrijdagavond tot zaterdagavond)! De Sherut wel maar je betaalt meer.

Wat Sabbat betreft, in TLV merk je er minder van dan in bv Jeruzalem waar alles dan gesloten is. De meeste zaken zijn open, de stranden zijn drukker en vrijdagavond is in Levinsky Market een waar apero-walhalla. Aan te raden is om niet te arriveren of te vertrekken op een zaterdag.

info.goisrael.com